Recensie van ‘Niet bang voor water?’

Begin 2015 kwam er een nieuw boek uit waarin het werk van de waterschappen centraal staat. De titel is Niet bang voor Water? Met als ondertitel ‘Wat de waterschappen voor je doen.’ De schrijver is Hans Middendorp, die na de waterschapsverkiezingen op 18 maart 2015 werd benoemd tot hoogheemraad van Delfland.

Middendorp is opgeleid als bioloog en heeft ruime ervaring met het werk van waterschappen. Dit is een groot verschil met Theo Dersjant, die vorig jaar het boek Oud bestuur lanceerde. Het kan verfrissend zijn als een buitenstaander een boek schrijft, maar helaas stond Oud bestuur vol met slordige fouten en missers.

In Niet bang voor water is een ‘insider’ aan het woord. Dit merk je als lezer aan de ene kant niet en aan de andere kant wel. Je merkt het niet aan het taalgebruik. Middendorp heeft merkbaar geprobeerd om jargon te vermijden. Zo schrijft hij gewoon over dijken, in plaats van ‘waterkeringen’ en sloten waar waterschappers meestal ‘watergangen’ zeggen. Het resultaat is een opvallend helder en begrijpelijk boek, zonder overbodig jargon.

Mijn ervaring is dat het voor zowel ‘technische mensen’ (waaronder biologen) als bestuurders vaak lastig is om moeilijke termen te vermijden als het gaat om waterbeheer. Dat dit Middendorp is gelukt, terwijl hij toch beide hoedanigheden in zich verenigt, is een compliment waard.

middendorp

Naast informatief is het boekje ook compleet. Het biedt een breed overzicht van alles wat met de waterschappen te maken heeft. Daarmee is het een leuk boek voor geïnteresseerde buitenstaanders, maar ook voor waterschappers, als naslagwerkje. Vakmatige begrippen als ‘peil volgt functie’ worden heel begrijpelijk uitgelegd.

Middendorp kijkt verder dan de Nederlandse dijken en besteedt bijvoorbeeld uitgebreid aandacht aan de lessen van de orkanen Sandy en Katrina. Het grootste deel gaat uiteraard over het Nederlandse waterbeheer. Een voorbeeld:

Als er hevige regen wordt verwacht, worden gemalen al enkele uren van tevoren aangezet om alvast water uit de polder te pompen. Omgekeerd, als het twee dagen niet regent, wordt er juist extra water ingelaten in de polder. Zo lijkt het net alsof het waterpeil in de sloten in een woonwijk in de polder niet of nauwelijks stijgt of daalt, ongeacht of wat voor weer het is. De werkelijkheid is dat het waterschap continu bijstuurt om het waterpeil constant te houden op de daarvoor afgesproken waterhoogte.

De auteur is verbonden aan de Algemene Waterschapspartij, maar geeft een neutraal en enthousiast overzicht. Alleen als het gaat om de geborgde zetels schemert er misschien iets te veel een politieke opvatting door. Maar dat is dan ook het enige. Dit boekje kan uitstekend bijdragen aan de bewustwording over water en verdient het om breed te worden verspreid.

 

Geplaatst in boekbespreking | Een reactie plaatsen

Omarm de kritische pers!

persIn zijn boek Oud bestuur beschrijft Theo Dersjant op humoristische wijze hoe hij bij de eerste bestuursvergadering van een waterschap die hij bijwoonde werd aangestaard ‘als was er zojuist een bewoner van de planeet Mars aangeschoven aan de vierkante vergaderopstelling.’ Verder schrijft hij dat de vergadering nog niet eens was begonnen of het ging al over de bezoeker, toen de voorzitter ‘met barse stem’ de woorden sprak:

‘En, dames en heren, dan hebben we vanmiddag ook nog een journalist in ons midden. Misschien kunt u zich even voorstellen…’

Ik wil niet dezelfde ‘fout’ maken als Dersjant en stellen dat dit ene voorval representatief is voor álle waterschappen, maar ik herken het wel en ik vermoed dat het beschreven voorval bij menig waterschap had kunnen plaatsvinden. Er valt op een aantal onderdelen wel iets af te dingen op het boek Oud bestuur, maar de auteur heeft een punt als hij stelt: ‘Waar journalisten steeds minder provinciehuizen en raadszalen van gemeenteraden bezoeken om er het nieuws weg te halen, onttrekt het waterschap zich bijna geheel aan het schootsveld van de pers. En daardoor aan het blikveld van het publiek.’

Waterschappen hebben vaak nog een onwennige relatie met de media.

Als het waterschapsbestel en het democratische waterschapsbestuur weer eens ter discussie worden gesteld, als er klachten zijn, of kritiek op de tarieven van de waterschapsbelasting, is de eerste impuls vanuit het waterschapsbestuur vaak dat we het nog een keer heel goed moeten uitleggen. ‘Be good and tell it!’ roept men wel eens in een soort steenkolenengels. Men gaat er daarbij kennelijk vanuit dat critici uit onwetendheid spreken en dat ze wel bijdraaien als ze het eindelijk snappen.

De afdeling communicatie gaat vervolgens aan de slag om mooie persberichten de wereld in te sturen om de aandacht te vestigen op de oplevering van een werk, het sluiten van een convenant, het lanceren van een innovatie, enzovoorts. En met succes! Ik heb niet de middelen om het te meten, maar mijn gevoel zegt me dat de waterschappen de laatste tijd vaker dan voorheen positief in het nieuws komen. Op landelijk niveau is dat voor een groot deel toe te schrijven aan minister Schultz-Verhaegen, de Deltacommissaris en niet in de laatste plaats aan de tomeloze inzet van de Unie van waterschappen. De positie van waterschappen is daardoor in een paar jaar tijd enorm verbeterd. Ook de communicatiemedewerkers van de waterschappen dragen hieraan bij, zeker op regionaal niveau, met berichten in de lokale edities van kranten en op de regionale zenders.

 Kritiek hoort erbij: Hoge bomen vangen veel wind

Aan de hernieuwde aandacht voor het waterbeheer in Nederland zitten ook andere kanten. Als de waterschappen stilletjes en onzichtbaar hun werk doen, zal het aantal kritische artikelen in de media beperkt blijven, maar als je in de schijnwerpers wilt staan, kun je verwachten dat je kritisch wordt benaderd. Naast ‘onbekend maakt onbemind’ geldt ook: ‘hoge bomen vangen veel wind.’ Journalisten zijn er niet voor om als een doorgeefluik alleen de mooie persberichten af te drukken. Ze zijn ook kritisch en op zoek naar fouten. Dus komen er ook af en toe berichten die een bestuur liever niet zou zien, berichten die voor ophef kunnen zorgen.

Is dit erg? Nee, het hoort er gewoon bij. Het is óf het een, óf het ander. Veel deskundigen op het gebied van ‘public relations’ stellen trouwens dat slechte publiciteit niet bestaat. ‘[…] there is only one thing in the world worse than being talked about, and that is not being talked about,’ schreef Oscar Wilde. Zolang je maar in het nieuws bent, zit het goed. Tot op zekere hoogte is dat waar, al moeten de negatieve berichten natuurlijk niet gaan overheersen. Er is wel degelijk zoiets als ‘bad publicity’, maar de negatieve aandacht hoeft niet het eindpunt te zijn. Het kan juist een unieke kans vormen om er goed op te reageren, mensen aan het denken te zetten en er uiteindelijk sterker uit te komen.

Een kritische pers als waakhond van de democratie

Er is een fundamentelere kwestie: waterschapsbestuurders die pleiten voor het behoud van het democratisch gekozen bestuur mogen niet vergeten dat de journalistiek een onmisbare functie in elke democratie vervult. Thomas Jefferson, een van de Founding Fathers van de Verenigde Staten, schreef dat hij liever een wereld mét kranten en zonder overheid zag, dan een overheid zonder kranten. De pers functioneert als een waakhond. Niet voor niets krijgen journalisten bijzondere bescherming wanneer zij volgens hun beroepsregels te goeder trouw handelen in het belang van informatievoorziening en het openbare debat in de democratie.

De verkiezingstijd komt eraan en de waterschapsbesturenhopen op een goede opkomst. Kiezers komen alleen opdagen als ze weten waar het over gaat, zich betrokken voelen en het idee hebben dat er iets te kiezen valt. De waterschappen kunnen een poging doen om vanuit communicatie en voorlichting de opkomst te bevorderen, maar dat kan alleen namens álle partijen, dus op neutrale toon. Bij een democratie hoort een openbaar debat. Meer debat zorgt voor meer politieke betrokkenheid bij de inwoners en die is onmisbaar als je wilt dat mensen komen stemmen. Bestuurders hoeven er niet bang voor te zijn dat de vergaderingen afglijden tot het niveau van bedenkelijke ‘politieke spelletjes’ en gekissebis. Daar zijn ze immers zelf bij?

Verwelkom ongenode gasten

Zonder berichten in de media kunnen kiezers zich nauwelijks op de hoogte stellen van de standpunten van partijen in het waterschapsbestuur. Ze zouden uit zichzelf naar de website van hun waterschap kunnen gaan en de notulen opzoeken, maar dat is erg veel gevraagd. Waterschapsbesturen hebben er dus alle belang bij dat er in de vergaderzaal een perstribune wordt ingericht en dat elke journalist, ook een ongenode gast, zich welkom voelt en alle informatie krijgt die zij of hij nodig heeft. Verder kunnen de partijen zelfstandig hun standpunten kenbaar maken aan de media, en niet uitsluitend in de verkiezingstijd.

Geef openheid van zaken en laat de pers de lezers, kijkers en luisteraars informeren; niet alleen met het goede nieuws, maar ook met opinies, achtergronden en onderzoeken. Koester een kritisch debat; een zelfverzekerde overheid kan best tegen een stootje. Benader journalisten niet alleen als een doorgeefluik voor ronkende persberichten en schiet niet te snel in de verdediging bij kritische geluiden. Het zou eerder een grote reden tot zorg moeten zijn als er geen kritische boeken, artikelen en reportages zouden worden gemaakt over de waterschappen.

Een volgende fase in de verhouding met de media

De eerste stap, om te zelf te vertellen over de vele goede werken van de waterschappen was goed en succesvol. Waterschappen zijn zich bewust van de door de OESO geconstateerde ‘awareness gap’ en werken er met succes aan om de kloof kleiner te maken. De volgende stap moet volgens mij zijn dat waterschappen en hun bestuurders niet bang zijn om een deel van de controle los te laten. Het gaat niet alleen om ‘zenden’, maar om interactie en het tot stand brengen en onderhouden van een dialoog. De pers is daarbij een soms lastige, maar onmisbare bondgenoot.

Dit artikel werd eerder geplaatst in het tijdschrift Water Governance, 04/2014
Geplaatst in waterschappen, waterschapsbestel, waterschapsverkiezingen | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Twitteren onder werktijd: reacties op Twitter

tweetLeuke en interessante reacties op Twitter op de vraag of je als ambtenaar zo maar kunt twitteren:

Geplaatst in overheid | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Twitteren onder werktijd

Twitteren onder werktijd?

Rechts op deze pagina staan altijd mijn laatste tweets. Het valt mij op dat er maar heel weinig medewerkers bij de lokale overheid twitteren. In de wereld van de waterschappen is dat misschien wel nóg minder dan bij gemeenten.

Veel collega’s zitten wel op LinkedIn, maar reageren daar niet of nauwelijks op discussies. Een beheerder van een groep vroeg zich laatst af waarom dat zo was. Mijn reactie:

(…) ik zie überhaupt weinig levendige groepen op LinkedIn. Waar dat aan ligt, weet ik niet. Verder vermoed ik dat het in de waterschapswereld nog onwennig is om je bloot te geven op een forum. En mag dat eigenlijk wel onder werktijd? Wat als iemand je verkeerd begrijpt en er een opmerking over maakt? Of achter je rug erover praat? En stel dat een bestuurder meeleest? Of de pers? Dat er gedoe van komt? Vinden mijn collega’s me niet een uitslover als mijn foto steeds op de tijdlijn van LinkedIn verschijnt? Denken ze dan niet dat ik kennelijk niets nuttigs te doen heb? Dat ik in de baas z’n tijd op internet zit? Dat soort overwegingen spelen denk ik in meer of mindere mate een rol…

Hoewel ik niet de illusie heb dat op dit bericht plotseling wél wordt gereageerd, ben ik benieuwd waarom mensen wel of niet gebruik maken van sociale media, zoals Twitter en LinkedIn, in relatie tot hun werk.

Houden internet en sociale media de mensen alleen maar van hun werk, of levert het juist iets op? Zou het kunnen bijdragen aan de zichtbaarheid van de waterschappen als medewerkers hun enthousiasme via sociale media met de wereld delen? Zou dat de ‘awareness gap’ kunnen verkleinen? Of moeten ambtenaren bij waterschappen gewoon stilletjes hun heilzame werk verrichten en zich niet laten afleiden door dit soort eigentijdse fratsen? 

P.S. Bij dit stukje voor het eerst een zelfgemaakte illustratie. Net als de tekst in mijn vrije tijd gemaakt 😉

Geplaatst in overheid, waterschappen | Getagged , , | 2 Reacties

De verzadigde samenleving en de weg vooruit

In Het Parool verscheen een interessant opiniestuk van econoom Riens Meijer. Een citaat:

De Nederlandse samenleving heeft kenmerken van een verzadigde samenleving. De gevolgen daarvan zijn onder meer: dat de meeste bestaande structuren verouderd zijn; dat er daardoor onvoldoende oriëntatie is op het huidige kennis- en innovatietijdperk; dat een (overmatige) beheersmentaliteit, gericht op het in standhouden van de huidige traditionele benaderingen, de overhand heeft gekregen boven een beleid dat gericht is op de toekomst van Nederland en correspondeert met belangrijke maatschappelijke en demografische ontwikkelingen; dat er meer oog is voor de korte termijn dan het noodzakelijke beleid op de langere termijn voor Nederland.

Met deze diagnose slaat de auteur volgens mij de spijker op z’n kop. Voorbeelden op nationaal niveau zijn onder meer te vinden in sociale zekerheid, de zorg, het pensioenstelsel en de overheidssturing van de huizenmarkt, met het vasthouden aan de hypotheekrenteaftrek en allerlei maatregelen, bedoeld om de huizenprijzen weer op te stuwen. Maar ook Europees en wereldwijd liggen de voorbeelden voor het oprapen. En zeker ook in het lokale bestuur.

Vragen waar het in de politiek en in het maatschappelijke debat over zou moeten gaan zijn volgens Riens Meijer:

 Wat zijn de grenzen van de democratische staat? Wat is het juiste evenwicht tussen particulier initiatief en het algemeen belang, tussen vrijheid en gelijkheid? Wat zijn nog haalbare doelstellingen van een sociaal beleid, en waar wordt het bemoeizucht en schiet het zijn doel voorbij? Waar moeten we precies het onvermijdelijke compromis tussen maximale particuliere rijkdom en minimale sociale wrijving plaatsen? Wat zijn de correcte grenzen tussen politieke en religieuze gemeenschappen en hoe kunnen we botsingen aan die grenzen tot een minimum beperken? Hoe moeten we de greep houden op conflicten als onderhandelingen niet meer mogelijk zijn?

Als zaken die fundamenteel moeten worden opgepakt noemt hij:

Duurzaam ondernemen, decentralisatie in overheidsbestuur, demografie, stimuleren van sterke mkb/familiebedrijven, uitbouw en exploitatie van waterbouwkundige expertise, einde maken aan smorende bureaucratie, optimalisering geografische ligging in verband met transport en de positie van de Rotterdamse haven.

Het is naar mijn mening een inspirerende visie, die deze econoom uiteenzet. Ik vind het verrassend (in positieve zin) te zien dat hij zelf niet meer piepjong is (geboortejaar 1939).

De geschiedenis leert helaas dat er vaak een diepe crisis voor nodig is om zaken echt eens anders aan te pakken. En zelfs dan is de traditionele weg vaak zo diep ingesleten dat men vaak weer al te snel terugvalt op de oude structuren. Anderzijds zijn er aanwijzingen dat we misschien wel op de rand zitten van een paradigmaverschuiving, met een transitie naar een andere manier van samenleven, een andere overheid en een nieuwe politieke arena.

Singapore wordt genoemd als inspiratiebron.

Singapore wordt genoemd als inspiratiebron.

Geplaatst in overheid, visie | Getagged , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Wat als het water komt?

De wereld van de waterstaat heeft de laatste tijd niet te klagen over aandacht in de media. Voor een deel is dat de verdienste van minister Schultz, die in haar beleid én in de begroting een prominente plaats inruimde voor het water. Maar ook de waterschappen en natuurlijk de deltacommissaris, Wim Kuijken, dragen hun steentje bij.

water010

In Vrij Nederland verscheen onlangs een fraai artikel, met mooie illustraties. (Ik noem het nog maar even een artikel, maar tegenwoordig schijnt zoiets een ‘longread’ te heten.)

De afgelopen jaren heeft Kuijken gepraat als Brugman om waterschappen, ministeries, burgemeesters, bezorgde burgers, waterbouwers en natuurorganisaties bij elkaar te brengen. Voorheen was de waterveiligheid tamelijk centralistisch georganiseerd. Als er een dijk langs de rivieren moest worden verzwaard, werden er zonder pardon honderden huizen onteigend.

Het bovenstaande citaat bevreemdt me wel een beetje, en dan bedoel ik de laatste volzin ervan. Naar mijn idee staan alle oude dijkhuisjes in het westen nog fier overeind en wordt er juist enorm veel geïnvesteerd om ze met technisch kunst- en vliegwerk  te sparen als de dijk wordt versterkt. Zo kost een dijkversterking op een traject met veel lintbebouwing ruim 20 miljoen euro per strekkende kilometer. In tijden van hoogconjunctuur werden deze enorme bedragen zonder veel discussie betaald vanuit het hoogwaterbeschermingsprogramma, waarbij het project werd uitgevoerd onder regie van het waterschap, met geld van het Rijk.

Voor nieuwe dijkversterkingsprojecten moeten de mensen in het gebied via de waterschapsbelasting zelf een deel van de kosten dragen. De kosten worden dus niet meer voor honderd procent vergoed door de schatkist. Daarom vermoed ik dat het alternatief om dijkhuisjes af te breken juist weer in beeld zal komen. In de meeste gevallen zal dat vele malen goedkoper zijn dan de huisjes te sparen en te werken met complexe dam- en diepwanden.

Wat natuurlijk wél klopt is dat onteigeningen niet ‘zonder pardon’ en op grote schaal zullen plaatsvinden. De waterschappen zullen de alternatieven bespreken met de omgeving en de andere betrokkenen. Ook voor een eigenaar van een dijkwoning kan een verhuizing soms al met al een beter alternatief zijn, zeker als je bedenkt dat de dure, technische oplevering vaak jaren kost en het huis al die tijd nauwelijks bereikbaar is, met alle overlast die erbij hoort.

De toekomst is maatwerk, na overleg met de omgeving. Maar meer dan voorheen zullen daarbij, naast het algemeen belang van de waterveiligheid, ook de totale kosten worden meegewogen. Het zou me niet verbazen als er na een brede discussie vaker huizen zullen worden opgekocht (eventueel onder dwang) en afgebroken om daarna om een relatief eenvoudige en goedkope manier de dijk te versterken met klei.

 

 

Geplaatst in overheid, waterschappen | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Zonder waterschap staat alles onder water

Leuke promo voor de waterschapsverkiezingen van het waterschap Amstel Gooi en Vechtstreek:

Op de website Zonder waterschap staat alles onder water nog meer korte filmpjes, zoals deze:

of deze:

Geplaatst in politiek, waterschappen, waterschapsverkiezingen | Een reactie plaatsen

Weekend! Tijd voor een terrasje.

De dames Nomad & Villager reizen de wereld rond en hun reportages en foto’s verschijnen in bijna alle bekende dagbladen en tijdschriften. Ze hebben ook een website met reisreportages die je raken. Ik was vereerd toen ze me vroegen voor de rubriek ‘de vijf tips van…’. Hoewel ik in verre uithoeken op de aardbol ben geweest, hield ik het dicht bij huis in mijn eigen Rotterdam.

Het weekeinde staat weer voor de deur en het belooft prachtig nazomerweer te worden. Heerlijk om even bij te komen op een terras om de laatste zonnestralen mee te pikken. Kom gezellig naar 010! Lees hier mijn vijf tips: ‘Nomad & Villager. Rotterdamse terrassen.’

Foto: Vincent van der Pas

Foto: Vincent van der Pas

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Een Nederlands woord voor ‘piping’

Nederlanders zijn naar mijn mening vaak slordig met hun taal en velen vinden Engels nog altijd hip en modern klinken. Het resultaat hoor je bijvoorbeeld in de reclame rondom het nieuws op Radio 1 . Tenenkrommend. Vooral omdat het meestal een halfbakken mengeling is van Nederlands en Engels.  Een Brit of Amerikaan zou er geen chocola van kunnen maken.

Ik kan me vergissen, maar ‘piping’ (spreek uit: paaiping) lijkt me ook een voorbeeld van steenkolenengels. In het woordenboek zie ik bij ‘to pipe’ wel staan: ‘door buizen laten lopen’ (en daar gaat ook 99 procent alle plaatjes op Google over als je ‘piping’ intikt), maar niets over dijken. Bovendien, voor zo’n oerhollands verschijnsel moet er toch gewoon een Nederlandse benaming zijn?

Op Twitter deed ik daarom een oproep voor een Nederlands woord voor ‘piping’.

Remon Pot (@Remon25P) deed de suggestie: ‘bezwijken door zandmeevoerende wellen.’ Op zichzelf een goede beschrijving van het verschijnsel, maar als benaming misschien wat lang.  De ‘Projectoverstijgende Verkenning Piping’ van het Hoogwaterbeschermingsprogramma zou dan de ‘Projectoverstijgende Verkenning Bezwijken door Zandmeevoerende Wellen’ worden. Een hele mond vol. Dat wordt dan al snel een nieuwe afkorting: BZW. Maar van afkortingen hebben we er in waterschapsland eigenlijk ook al veel te veel.

Lennart Silvis (@lsilvis) kwam met een nieuw woord op de proppen. Waarom noemen we ‘piping’ in het Nederlands voortaan niet ‘lekerosie’? Ik las het eerst aan elkaar (als ‘leke-rosie’), maar bij nader inzien denk ik dat Lennart lek-erosie bedoelt. Op zichzelf een duidelijk woord, dat goed aansluit bij de betekenis van het bekende begrip erosie.

onderloopsheidMaar dank zij het twitteraccount (ook weer zo’n Engels woord) van de Waterschapstalenten (@Waterschapstalenten) kwam ik erachter dat er al een woord bestaat voor ‘piping’, namelijk ‘onderloopsheid‘. Deze term blijkt eigenlijk al gewoon te zijn verwerkt in de verklaring van ‘piping’ op Wikipedia.

Onderloopsheid is een oud woord met veel hits op Google. Roelof Bleker (@roelfbleker), dijkgraaf van waterschap Rivierenland, reageerde: onderloopsheid klinkt ook als de voorvorige eeuw. Hij heeft wel een punt, maar aan de andere kant straalt het woord ook wel weer de degelijkheid en deskundigheid uit die bij de waterschappen past.

Zullen we in Nederlandse teksten ‘piping’ weer gewoon aanduiden als ‘onderloopsheid’? Met tussen haakjes misschien ‘piping’ er achter? Of heeft iemand een betere suggestie?

Geplaatst in waterschappen | Getagged , | Een reactie plaatsen

Oud bestuur – deel 2: de ingenieurs zijn wel modern

Mijn vorige stukje, met een bespreking van de missers in Oud bestuur, het boek van Theo Dersjant over zijn tijd als ongenode gast bij het waterschap Rivierenland, wordt bijzonder goed bezocht. Leuk dat er reacties zijn, ook van de schrijver.

Door mijn kritiek is bij sommigen de indruk ontstaan dat ik het een waardeloos boek vind. Dat is overdreven. Meer aandacht voor de waterschappen en het belangrijke werk dat zij achter de schermen doen is alleen maar goed. Het is eigenlijk een wonder dat wij hier in Nederland veilig zijn en schoon water hebben in een gebied deels onder de zeespiegel, waar alle rivieren uitmonden, met alle viezigheid die er stroomopwaarts soms in terechtkomt. De gemiddelde Nederlander is zich hiervan niet of nauwelijks bewust, zoals onlangs werd geconstateerd door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), die met een internationale delegatie van deskundigen een jaar lang het Nederlandse waterbeheer bestudeerde.

Aandacht voor waterbeheer is dus een goede zaak en opbouwende kritiek is altijd welkom. Wat wel een beetje jammer is, dat er uit het boek een beeld ontstaat van een zeer gedateerde, stoffige organisatie. Ook in de publiciteit rond het boek wordt dit herhaald; het is de boodschap die ook mensen die het boek niet lezen meekrijgen. In een vraaggesprek met NRC Handelsblad noemt Dersjant het waterschap een beetje een achterlijke organisatie: ‘Het is alsof je in de jaren zestig van de vorige eeuw belandt.’ Hij doet net of waterschappen louter uit oude, grijze mannen bestaan.

De kop boven het artikel in de NRC is goed: De ingenieurs zijn wel modern. Uit de mond van Dersjant wordt ook opgetekend dat de medewerkers innovatief zijn. En zo is het ook. Het zou jammer zijn als bij buitenstaanders het beeld blijft hangen van een gedateerde club. Vooral omdat het zo volkomen onterecht is.

Ten eerste is het waterschap Rivierenland gevestigd in een uitermate modern gebouw in Tiel, daar is niks stoffigs of versletens aan. Ten tweede is het een organisatie vol enthousiaste, deskundige mensen, net als bij de andere waterschappen in Nederland. Het boek van Dersjant gaat ook helemaal niet over de organisatie, of het werk dat Rivierenland doet. Het boek gaat, zoals de titel al doet vermoeden, over het bestuur. Dat de gemiddelde leeftijd in de algemeen besturen van waterschappen relatief hoog is, daar is niets op af te dingen. Feiten zijn feiten. Al zou ik dagelijks bestuurder Hennie Roorda van Rivierenland toch niet direct kenschetsen als een oude, grijze man, maar dit terzijde.

Het waterschap Rivierenland is een van de waterschappen die door de OESO worden geprezen voor hun deskundige waterbeheer: innovatief en voor lage kosten. Dagelijks wordt er samen met ingenieursbureaus nagedacht hoe het nog effectiever kan, tegen lagere kosten. Vandaag nog stond er een artikel in Binnenlands Bestuur over drie verschillende innovatieve vormen van dijkversterking.

Graphic: Ymke Pas

Graphic: Ymke Pas

Volgende week ga ik in op de vraag waarom waterschappen een gekozen bestuur nodig hebben.

 

Geplaatst in waterschappen | Getagged , , | 1 reactie