Bestuurders hebben ‘ambtelijke sensitiviteit’ nodig

Er worden steeds hogere eisen gesteld aan lokale bestuurders, schreef ik op 27 februari naar aanleiding van een artikel over politiek-ambtelijk samenspel. Dat stuk was geschreven vanuit het gezichtspunt van de bestuurders. Vandaag zou ik het willen bekijken vanaf de andere kant: vanuit de ambtelijke organisatie.

Op het weblog van Harmen Binnema staat een stuk dat hij schreef met Marike Simons en op 6 februari 2013 werd geplaatst in nrc.next. Het artikel is getiteld ‘Het is niet allemaal de schuld van de ambtenaren‘. Hierin stellen de auteurs dat de ambtenarij en de politiek steeds verder uit elkaar drijven.

De wereld van de ambtenaren is er een van dossierkennis, van steeds complexere inhoud en de lange termijn. De wereld van de politici wordt er steeds meer een van emotie, intuïtie en snel scoren. Het politieke spel lijkt minder en minder om de inhoud te gaan.

mok

Ik herken daar wel iets in. Wat ik vaak zie, is dat ambtenaren zoeken naar een mooie technische oplossing voor een probleem. Dat geldt zeker voor functionele organisaties, zoals de waterschappen. Wat medewerkers soms vergeten, is dat er voor de buitenwereld vaak andere aspecten van belang zijn, zoals de kosten van een maatregel of werk en overlast die mensen ervan kunnen ervaren. Voor de omgeving hoeft het niet altijd een 10 te zijn; in veel gevallen is een 6 goed genoeg, als dat betekent dat de lasten een stuk lager blijven.

Het bestuur is in feite een voorpost van de buitenwereld. Bestuurders kijken vaak op dezelfde manier tegen de dingen aan als de mensen buiten. Het is noodzakelijk dat ambtenaren open staan voor die zienswijze. Ze kunnen er een hoop van leren. Maar dat geldt ook andersom. Soms praten parlementariërs, statenleden, raadsleden en leden van het algemeen bestuur van waterschappen bijna net zo lelijk over ambtenaren als ‘de man in de straat’. Uitgekauwde vooroordelen uit het jaar nul worden dan geëtaleerd. Als er iets fout gaat, of als mensen klagen, hebben de ambtenaren het opeens gedaan.

Het is jammer dat dit gebeurt, want politici zouden beter moeten weten. Ze beschikken over meer informatie dan de gemiddelde Nederlander, en zouden daarom meer begrip moeten hebben voor de ambtelijke organisatie, die vaak moet schipperen binnen een beperkte bandbreedte. Dat inzicht wordt in een enkel geval, als het zo uitkomt, wel eens vergeten door bestuurders. Zeker dagelijks bestuurders, die dichter bij de uitvoering zitten, mogen best opkomen voor hun medewerkers.

Hoe meer politici zich in debatten afzetten tegen hun ambtelijk apparaat, om zich het vege lijf te redden, hoe meer de werelden uit elkaar zullen drijven. En zo wordt het steeds lastiger als ambtenaar te bepalen wanneer je bepaalde informatie aan de bewindspersoon moet geven, of in dit geval: op bepaalde verstrekte informatie opnieuw de aandacht moet vestigen.

Hierdoor ontstaat een schijntegenstelling. Dat is spijtig. Om dit te voorkomen is een zekere politiek-bestuurlijke gevoeligheid van ambtenaren nodig. Het gaat er eigenlijk om dat je je kunt verplaatsen in een ander. Maar wat ik wil zeggen is, dat dit net zo goed de andere kant op geldt: zoals ambtenaren bestuurlijk sensitief moeten zijn, is het hard nodig dat bestuurders openstaan voor wat ambtenaren beweegt en voor wat wel en niet realistisch is. Zoals ambtenaren een zekere bestuurlijke sensitiviteit zouden moeten hebben, mag je ook van bestuurders enige ‘ambtelijke gevoeligheid’ verwachten.

Ze zijn het zelf bijna vergeten, maar ambtenaren en politici hebben veel overeenkomsten. Niet in de laatste plaats hun motivatie: beiden werken keihard voor welzijn en welvaart van dit land, alle vooroordelen die veel Nederlanders tegen beide groepen koesteren ten spijt.

Wat men aanduidt met bestuurlijke sensitiviteit komt in grote lijnen overeen met omgevingsgericht zijn. Het komt neer op een open oog en oor hebben voor de wensen, belangen en onderliggende overtuigingen van mensen. Hier valt zowel voor bestuurders als ambtenaren nog een hoop aan te verbeteren.

© Jeroen Louis, 13 maart 2013

Dit bericht is geplaatst in politiek met de tags , . Bookmark de permalink.

4 Reacties op Bestuurders hebben ‘ambtelijke sensitiviteit’ nodig

  1. Jeroen schreef:

    Reactie van een lezer op LinkedIn http://aa5.nl/snItK

    Interessant stuk. Tijdens het uitvoeren van mijn afstudeeronderzoek naar samenwerking tussen ambtenaren is dat ook naar voren gekomen: de afstand tussen ambtenaren en politici. Vaak wordt er in termen van “wij” en “zij” gesproken en worden politici door ambtenaren als een soort passanten gezien die alleen maar bezig zijn met hun eigen politieke legitimiteit en herkozen willen worden, oftewel stemmenmaximalisatie. Het gaat er dan niet mee om goed beleid te voeren, maar populair beleid. En dat is niet altijd hetzelfde. Daarom is het volgens mij essentieel dat ambtenaren uit hun ivoren toren komen en in een constant dialoog treden met burgers, bedrijfsleven en andere belangengroepen in de samenleving. Alleen dan kan er beleid ontwikkeld worden dat zowel op draagvlak kan rekenen als effectief is.

  2. Jeroen schreef:

    Mijn reactie:

    Dat van ‘wij’ en ‘zij’ klopt, dat is de kloof die alleen maar overbrugd kan worden door je te verplaatsen in de ander. Ambtenaren zouden zich af en toe moeten verplaatsen in de rol van de politicus, en andersom. Dat eerste (politiek-bestuurlijke sensitiviteit) gebeurt (te) weinig, maar men weet meestal wel dat het nodig is. Het tweede (ambtelijke sensitiviteit van politici) gebeurt bijna niet en weinig mensen hebben überhaupt een idee dat het mogelijk en wenselijk is.

    Ik ben het met je eens dat een dialoog tussen beleidsmakers en belanghebbenden veel zou oplossen. Om dat mogelijk te maken (buiten de officiële, wettelijke inspraakprocedures) zou er volgens mij een omslag moeten komen waarin het ‘naar buiten treden’ en luisteren door ambtenaren zal worden gezien als een waardevolle investering en niet als tijdverspilling. Volgens mij gaat het – langzaam maar zeker – wel de goede kant op trouwens.

  3. Jeroen schreef:

    Vervolg reactie van de lezer op LinkedIn:

    Interessant punt van die ambtelijke sensitiviteit.Nooit zo over nagedacht. De grap is altijd dat politici “hun ambtenaren willen meekrijgen” en andersom willen ambtenaren “dat de bestuurder meedoet”. Dus ze hebben elkaar nodig in een wederzijdse afhankelijkheid. Alleen kunnen bestuurders ambtenaren meer dwars zitten, omdat zij meer macht hebben en democratische legitimiteit bezitten. Ambtenaren kunnen dan wel trachten hun beleidsvrijheid in te zetten, maar aan die vrijheid zitten natuurlijk ook grenzen.

    Om even in te haken op je laatste zin (‘Volgens mij gaat – langzaam maar zeker – het wel de goede kant op trouwens.’). Ik heb zeer veel mooie voorbeelden gezien van hoe het ook wel goed gaat wat betreft burgerparticipatie. De Ruimte voor de Rivier projecten zijn daar een mooi voorbeeld van.

  4. Jeroen schreef:

    Andere reactie op LinkedIn:

    Komt sensitiviteit de besluitvorming ten goede? Absoluut. Begrip voor elkaars positie (‘verplaatsen’ zeg je, Jeroen) is geen doel op zich maar een manier om sámen beleid te voeren. Stevig gefundeerd vanuit een ambtelijk gezichtspunt en toegespitst op ‘wat burgers belangrijk vinden’; het bestuurlijk/politieke uitgangspunt. En eens met jullie beiden. Dialoog helpt, nee is noodzakelijk. Maar waar niet in het leven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *