Peilen in de polder

In het blad Veeteelt, een tijdschrift voor melkveehouders, staat een vraaggesprek met een  boer uit Oudewater. Twee maal per jaar trekt deze melkveehouder met een peilstok de Lopikerwaard in voor de schouw, de controle van de watergangen.

Sloten moeten af en toe schoongemaakt en gebaggerd worden, zodat ze weer de juiste diepte hebben en de boel niet overstroomt na een hevige regenbui. Grondeigenaars, meestal boeren, zijn daar zelf verantwoordelijk voor. Ze weten dat en begrijpen het belang ervan. Want als weilanden en akkers door slecht onderhoud onder water komen te staan, komt hun bedrijfsvoering in gevaar.

De jaarlijkse controle door het waterschap heet een schouw en deze wordt uitgevoerd door een schouwmeester (een heerlijk Nederlandse woord). In de Lopikerwaard, het beheersgebied van het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, gebeurt dit door melkveehouders, die zelf in het gebied boeren.

‘Ik vond het belangrijk dat het schouwwerk in boerenhanden bleef. Controles krijgt een boer al genoeg en het werk van de schouw- meester moet niet gaan lijken op een lik-op-stukbeleid. De knelpunten lossen we in harmonie op, zonder pietluttig te worden.’

Controles door de overheid leiden vaak tot spanningen en onbegrip. In dit geval wordt het werk dus uitgevoerd door een melkveehouder. Hij spreekt de taal van de boeren en heeft begrip voor praktijkproblemen. Knelpunten worden opgelost (de betrokkenen begrijpen waarom), maar dat gebeurt in redelijk overleg, zonder pietluttigheid.

Het lijkt me een geweldig voorbeeld van hoe de overheid zou moeten werken. Het hoogheemraadschap stuurt in dit geval niet een autoritaire toezichthouder in een uniform het veld in, of een bureaucratische ambtenaar die zelf de hele dag achter zijn bureau zit, maar een collega van de boeren, een man uit de praktijk.

Typerend voor de wereld van de waterschappen is dan wel weer dat dit eigenlijk bijna stilzwijgend, als vanzelfsprekend, gebeurt. Terwijl geleerde heren diepgravende studies doen naar de doe-democratie en meer draagvlak voor de overheid, en bestuurders  excursies maken naar New York en Chicago om voorbeelden van burgerparticipatie te bestuderen, gebeurt dit gewoon al eeuwen vlak onder onze neus.

Ik hoop dat waterschappen iets meer zelfvertrouwen krijgen om dit soort voorbeelden actief uit te dragen. Waarom zou er niet een stedelijke variant kunnen worden bedacht op de Lopikerwaardse schouwmeester? Gemeenten en andere overheden zouden er misschien nog iets van kunnen leren. Waterschappen moeten daarom ook niet steeds meer gaan lijken op provincies of grote gemeenten, maar juist hun sterke punten behouden en uitdragen.

Lees hier het vraaggesprek met de schouwmeester in Veeteelt (pdf).

© Jeroen Louis, 23 februari 2013

Dit bericht is geplaatst in water, waterschappen met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *