Verschillen en overeenkomsten tussen dijken en straaljagers

Op website The Post Online schrijft Barry Smit onlangs:

(…) ik denk dat democratie de minst beroerde manier is om onze samenleving te organiseren, en als ik daar de vruchten van wil plukken, heb ik daar ook een steentje aan bij te dragen. Daarom stem ik voor de Tweede Kamer, de Provinciale Staten, de gemeenteraad en zelfs de waterschappen – al is het mij nog altijd een raadsel wat dat daar de politieke dimensie van is.

Dit laatste is iets wat je vaak hoort. Het schijnt zelfs een van de kernpunten te zijn van het binnenkort te verschijnen boek Oud bestuur, van Theo Dersjant. Zo schrijft ook de redactie van NRC Handelsblad, na de vorige waterschapsverkiezingen:

Er bestaan nu eenmaal geen christen-democratische gemalen, socialistische dijken, liberale kwelders of neoconservatieve sloten.

Het lijkt kennelijk zo logisch, maar klopt dit eigenlijk wel? In de waterschapswereld is de trits belang-betaling-zeggenschap bekend. De waterschappen vormen een autonome bestuurslaag, met een eigen taak. Ze heffen belastingen en alleen daarom al moet er een democratisch gelegitimeerd bestuur zijn, dat namens de belastingbetalers beslist over de uitgaven. No taxation without representation is een motto dat rond 1750 nog een heel volk op de been bracht en leidde tot de Amerikaanse Revolutie.

En het argument dat er geen christen-democratische gemalen, socialistische dijken, enzovoort, zijn? Dit wordt er altijd bijgehaald als het om waterschappen gaat. Maar kun je precies hetzelfde niet zeggen van alle bestuurslagen?

Een paar heikele punten op nationaal niveau zijn de aanschaf van de JSF-straaljagers, gedoe met Fyra-treinen, de aanleg van een verbindingsweg tussen rijkswegen A13 en A16 en deelname aan vredesmissies. Voor hetzelfde geld roep ik nu:

Er bestaan nu eenmaal geen christen-democratische straaljagers, socialistische treinen, liberale snelwegen of neoconservatieve vredesmissies.

Wat is het verschil met het eerder aangehaalde citaat van de redactie van NRC Handelsblad? Wie het weet, mag het zeggen. Ik ben oprecht benieuwd.

Dit bericht is geplaatst in politiek, waterschappen, waterschapsbestel met de tags , , . Bookmark de permalink.

5 Reacties op Verschillen en overeenkomsten tussen dijken en straaljagers

  1. Theo Dersjant schreef:

    Het boek ‘Oud bestuur – een jaar ongenode gast bij een waterschap’ is inmiddels verschenen.
    Over het democratisch gehalte van waterschapsbesturen: een kwart van het electoraat gaat naar de stembus om op eenderde van de beschikbare zetels te mogen stemmen (de overige zetels zijn gereserveerd voor belangengroeperingen), bij de laatste verkiezingen waren door een administratieve fout tienduizenden stemmen ongeldig, alle deelnemende partijen hebben een vrijwel identiek programma (kwaliteit, kwantiteit, veiligheid tegen een betaalbare prijs) en de personen waar op gekozen kan worden kent niemand. Het huidige cohort waterschapsbestuurders kreeg een mandaat van de kiezers voor vier jaar. De Tweede Kamer verlengde die termijn met een pennestreek met twee jaar. en eenmaal gekozen zijn waterschapsbestuurders het doorgaans vooral erg met elkaar eens. En da’s niet vreemd, want door Europese regelgeving zijn de marges zeer klein geworden.
    Fijne democratie.

  2. Jeroen schreef:

    Theo Dersjant, bedankt voor deze reactie! Je boek ligt inmiddels op mijn nachtkastje en maandag verschijnt er op deze site een uitgebreide bespreking.

    De bezwaren die je noemt in bovenstaande reactie zijn reëel, maar het zijn geen principiële bezwaren. Het zijn argumenten die het proces betreffen, niet de inhoud.

    Mijn punt is dat het argument dat er geen socialistische dijken et cetera bestaan een drogreden is, want dit kun je net zo goed zeggen voor bijvoorbeeld het landsbestuur. En niemand betwist op dezelfde gronden het nut van verkiezingen voor het parlement.

    Overigens klopt het niet helemaal wat je zegt: ingezetenen stemmen bij waterschappen niet voor een derde van de beschikbare zetels. Een waterschapsbestuur van 30 personen heeft minimaal 7 en maximaal 9 personen vertegenwoordigers op geborgde zetels. Dat is dus niet twee derde, maar minder dan een derde.

    Het is wel waar dat besluiten vaak in consensus worden genomen, al zijn er heus ook regelmatig tegenstemmers. Toch denk ik dat er wel degelijk politieke tegenstellingen zijn. Sommige partijen zijn bijvoorbeeld sterk gericht op de (water)veiligheid en hebben weinig of niks over voor natuurvriendelijke oevers of andere maatregelen die de waterkwaliteit betreffen. Andere partijen richten zich juist veel meer op duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen.

    Een andere tegenstelling is die tussen de stad en het platteland. Het is aan de partijen om zich te profileren en de kiezers te laten zien dat er wel degelijk iets te kiezen valt. Dit staat nog in de kinderschoenen bij de waterschappen, daar ben ik het mee eens (dit bestel met partijen bestaat ook nog maar net vijf jaar).

    Maar dit doet volgens mij niet af aan het principe dat als je als burger ergens een belang bij hebt, en je betaalt er voor, je ook het recht hebt om het bestuur te kiezen.

  3. Theo Dersjant schreef:

    Klopt. De eenderde was een vertikking: moet tweederde zijn.
    Verder: Theorie und Praxis. Ik heb vooral naar de dagelijkse praktijk gekeken en vastgesteld dat het theoretisch model daar niet werkt. In mijn boek stel ik ook dat het enige valide argument voor directe waterschapsverkiezingen is dat een waterschap ook belasting heft. Maar als je ziet dat de besturen die vervolgens gekozen zijn (met alle mitsen en maren die ik al aangaf) niet het verschil maken, moet je vaststellen dat het een schijndemocratie is. Neem eens duizend mensen die wel de moeite namen om bij de laatste waterschapsverkiezingen naar de stembus te gaan. En vraag hen eens op wie ze de laatste keer gestemd hebben. Zou meer dan tien priocent het nog weten? Ik betwijfel het.
    Over je centrale vraag: ik ben het met je eens dat er wel degelijk linkse of rechtse dijken bestaan. Het gaat daarbij namelijk om het belang waarmee je een dijk aanlegt, onderhoudt, danwel verhoogt. Dat hangt samen met de manier waarop je naar de wereld kijkt. Maar ook hier: Theorie und Praxis!

  4. Hans Schouffoer schreef:

    Democratie, legitimiteit zijn hier velangrijke kernwoorden. Je kan er alles van vinden hoe de verkiezingen van een waterschapsbestuur worden georganiseerd. Er is heel veel te verbeteren: terecht wijst Dersjant op het ‘achterhaalde en perverse’ verschijnsel van de geborgde zetels. Toch is het belangrijk dat inwoners zoals u en ik de mogelijkheid hebben om te bepalen wat de overheid doet met hun belastinggeld. Natuurlijk bestaan er geen socialistische of christelijke dijken, wel zijn er afwegingen te maken over dijkverbeteringsprojecten: moet dat zo goedkoop mogelijk met harde oevers of is er ruimte voor cultuurhistorie en natuur; laten we boeren rustig mest lozen en aanmodderen met bestrijdingsmiddelen of vinden we het belangrijk dat het waterschap aandacht geeft aan de handhaving; is er alleen aandacht voor de boer als gebruiker van het landschap of mogen ook stadse mensen van het water genieten? Hoe gaan we om met de uitgaven van het waterschap in economisch moeilijke tijden, welke projecten willen we prioriteren en welke projecten kunnen worden uitgesteld? Daarover en over meer kwesties zijn er in het waterschapsbestuur verschillende meningen, besluitvorming kan u beïnvloeden door straks de goede keuze te maken bij de waterschapsverkiezingen.

  5. Jarno Deen schreef:

    Ik vind de vergelijking met infrastructuur projecten mank gaan. De ‘gewone’ en dus niet functionele bestuurslagen hebben meer keuzevrijheid om te bepalen waar ze het belastinggeld aan uitgeven. Een euro in een snelweg kan dan niet aan sociale woningbouw, duurzame energie of kinderbijslag worden uitgegeven. En zo is de politieke kleur van dit soort projecten toch wel duidelijker dan bij een waterschap.

    Desalniettemin is er, zoals Hans Schouffoer hierboven aangeeft, best iets te kiezen: Natuur en duurzaamheid versus kostenbesparing of eigen verantwoordelijkheid versus de overheid die faciliteert.

    De waterschappen, lees politieke partijen, hebben de uitdaging om de komende verkiezingen duidelijk te maken dat er iets te kiezen valt. De straaljager (lees dijk) zal er komen maar wat deze kan is aan de kiezer. Dit is gelet op de awareness gap die de OECD signaleerde nog een hele opgave. Maar wel een hele leuke.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *