Oud bestuur – deel 1: missers en slordigheden

Er is een boek geschreven over de waterschappen! Een jaar lang wat Theo Dersjant ‘ongenode gast’ bij het waterschap Rivierenland in Tiel. ‘Voor professionals die zich bezighouden met politieke besluitvormingsprocessen (…) en voor geïnteresseerden in diezelfde politiek, is dit boek over waterschappen een aanrader,’ schrijft Monique Leyenaar, hoogleraar Vergelijkende politicologie in het voorwoord. Ik kan het beamen: het is een interessant boek, waaruit vele lessen zijn te halen voor de waterschappen. Ook geeft het een mooie aanleiding om te filosoferen over de plaats van de waterschappen in het bestuurlijke bestel en over de toekomst van deze bestuurslaag. Ik ga daar op deze site over schrijven.

Om niet te verzanden in een oeverloos stuk, zal ik mijn bespreking over meerdere afleveringen verdelen, met elk een thema. Waar te beginnen? Ik zou zeggen, eerst het zuur, dan het zoet, om een voormalig minister-president aan te halen. Dit eerste deel bevat mijn belangrijkste kritische noten ten aanzien van dit boek. Dan hebben we dat maar gehad en kunnen we het daarna over de inhoud hebben.

De wereld van de waterschappen is voor niet-ingewijden moeilijk te vatten, schrijft Dersjant. Dat klopt en hij bewijst het zelf keer op keer in het boek. Zelfs na een jaar lang het waterschap te hebben bestudeerd, weet hij kennelijk nog steeds niet wat de kerntaken van de organisatie zijn. Hij meent bijvoorbeeld dat het gaat om grondwater (p. 21, p.28), terwijl de belangrijkste zorg van een waterschap (naast waterveiligheid en -kwaliteit) uiteraard het beheer van het oppervlaktewater is (waterkwantiteit of peilbeheer). Daarnaast beweert de schrijver dat Rijkswaterstaat over de primaire waterkeringen gaat en de waterschappen zich uitsluitend bemoeien met ‘secundaire dijken.’ Dit is niet waar en dus gewoon onzin. Waterschappen beheren wel degelijk primaire waterkeringen in Nederland.

Het boek barst buiten deze twee blunders sowieso van de slordigheden: Ingelanden heten soms opeens aangelanden, zelfs de datum van de waterschapsverkiezingen 2015 staat niet correct op de achterflap. Op pagina 142 wordt weer een andere datum genoemd, die al even fout is. Een andere misser is het aantal gekozen bestuurders: dat is dertig en niet eenendertig. Ook staan er zaken in die nog vóór het verschijnen van het boek achterhaald waren, zoals het aantal waterschappen en het standpunt van het kabinet Rutte-II. Oud bestuur bevat aardig wat fouten dus. En dan te bedenken dat dezelfde schrijver de auteur is van het boek Missers in de media

obAls ik als docent journalistiek zou zijn, bijvoorbeeld aan de Tilburgse journalistenopleiding, en ik zou het werkstuk van Dersjant moeten beoordelen, zou ik er qua stijl en afwerking dus geen voldoende aan kunnen toekennen; vanwege de slordigheden, maar ook om de vele herhalingen. De achtergrond van sommige personages en situaties wordt op meerdere plekken uiteengezet, soms zelfs in twee opeenvolgende hoofdstukken, zoals hoofdstuk 12 en 13. Beide gaan over Hennie Roorda en haar fractie en het lijken twee versies van een en hetzelfde stuk. Bepaalde opsommingen hebben de neiging wat saai te worden. Het is alsof de notities van het kladblok rechtstreeks in het boek zijn gekomen.

Een goede redacteur zou zich hier nuttig hebben kunnen maken. Dan heb ik het verder maar niet over de foutjes in het drukwerk van het boek, bijvoorbeeld waar het cursief dat wordt gebruikt om e-mails weer te geven (heel veel mails worden integraal afgedrukt in dit boek) vaak nog een halve bladzijde doorgaat daar waar de mail eigenlijk allang is afgelopen.

Dersjant schrijft dat hij in het begin van zijn project van de afdeling communicatie de geboortedata van de bestuurders niet kreeg. Zou het daarom zijn dat hij die geboortedata in het boek tot vervelens toe tussen haakjes achter de namen plaatst? Inmiddels vergeet ik de rest van mijn leven niet meer dat dijkgraaf Bleker is geboren in 1967, heemraad Roorda in 1972 en ‘boerenbaas’ Bikker in 1945. Herhaling is de kracht van de reclame, maar dit is wat al te veel van het goede.

Het boek heeft veel weg van een duiding van de uitkomsten van een enquête over de leeftijd, het geslacht, de gezindte, opleiding en dergelijke van waterschapsbestuurders. De ‘spannendste’ gedeelten van Oud bestuur verhalen van de strijd van de auteur met de afdeling communicatie. Tegelijk schuilt hierin ook mijn meest fundamentele bezwaar tegen dit boek. De genoemde bestuurders hebben er voor gekozen om een openbaar ambt te vervullen. Het is prima dat zij in een journalistiek werk tegen het licht worden gehouden.

Maar Oud bestuur lijkt deels ook op een afrekening met een bepaalde ambtenaar, en wel de meewerkend voorman van het communicatieteam van het waterschap. Tientallen keren wordt zijn naam genoemd in dit boek. En niet bepaald op een vleiende manier. Hij is de enige ambtenaar die het moet ontgelden. De naam van de secretaris-directeur, toch ambtelijk de eindverantwoordelijke, wordt verder niet genoemd. Dersjant kiest er zelfs voor om de dijkgraaf van Rivierenland, die bestuurlijk aanspreekbaar is op de communicatie van het waterschap, helemaal buiten schot te laten. Elke bestuurder wordt geïnterviewd, behalve de voorzitter. Alle ballen gaan op de medewerker communicatie, die telkens weer met naam en toenaam wordt genoemd. Dersjant meldt verschillende keren dat hij boos werd na ontvangst van een e-mail van de voorlichter. Probeert hij op deze manier achteraf zijn gram te halen?

Theo Dersjant schrijft dat de communicatie bij waterschappen nog niet erg professioneel is en verklaart dat door aan te geven dat er vrijwel nooit belangstelling is van kritische journalisten. Zelf is hij door de wol geverfd en geeft hij les aan journalisten in opleiding. Is het dan vreemd dat hij in een bokspartijtje tussen zichzelf en de voorlichter de laatstgenoemde alle hoeken van de ring laat zien? Is het fair om een ambtenaar, die zich niet kan verdedigen, op deze manier te kijk te zetten en diens verdere loopbaan te beschadigen? Had het op zichzelf vermakelijke gevecht tussen de journalist en de voorlichter niet prima weergegeven kunnen worden zonder zo op de man te spelen?

Bovendien is de onfortuinlijke communicatiemedewerker ook maar iemand die opdrachten van bovenaf uitvoert. Dersjant heeft kennelijk nog nooit gehoord van het adagium Don’t shoot the messenger.

Ook is snel duidelijk dat Theo Dersjant geen kaas heeft gegeten van begrippen als dualisme, monisme en andere begrippen in het lokaal bestuur. Zo kan het dat hij zich schijnbaar enorm verbaast over zaken die ook bij gemeenten nu of tot enige tijd geleden (vóór de invoering van het dualisme in 2002 bijvoorbeeld) heel gebruikelijk zijn of waren. Misschien had hij eens moeten praten met de hoogleraar die het voorwoord schreef.

Maar ondanks alle missers zou ik het boek tekortdoen als ik het hierbij zou laten. Theo Dersjant houdt de waterschappen een spiegel voor en dit levert ook veel herkenbare en vaak vermakelijke observaties op. Verder nodigt het, zoals in de inleiding gezegd, uit tot het trekken van lessen en het filosoferen over de plaats van de waterschappen en de toekomst van het bestel in Nederland.  Ik heb dan ook niet alleen maar sikkeneurige opmerkingen over het boek. Dit was het zuur, in de volgende afleveringen volgt ook wat zoet en ga ik meer in op de inhoud.

Dit bericht is geplaatst in boekbespreking, overheid, waterschappen, waterschapsbestel met de tags , , , . Bookmark de permalink.

6 Reacties op Oud bestuur – deel 1: missers en slordigheden

  1. Theo Dersjant schreef:

    Beste Jeroen,

    Leuk dat je zo ruim de aandacht neemt voor mijn boek. Daar had ik het aanvankelijk bij willen laten, maar mij passen toch een paar opmerkingen.
    Lees mijn boek nog eens aandachtig door en je zult tot de conclusie komen dat er in 2012 wel degelijk 31 bestuurders waren bij Waterschap Rivierenland.
    Dat zelfde waterschap koos ervoor om alle communicatie via 1 persoon te laten lopen. Ik laat in mijn boek zien hoe dat uitpakte. Doorgaans gaat het in de journalistiek niet over de voorlichter. Ik vond dat dat nu wel eens moest gebeuren. Het betreft hier niet een weerloze ambtenaar, maar iemand die dagelijks met journalisten te maken heeft, werkt in en met openbaarheid en zou moeten weten hoe het werkt. Vanaf de allereerste minuut van mijn project wist de voorlichter dat hij onderdeel kon uitmaken van mijn bevindingen. Ik heb immers met open vizier gewerkt. Wie niet van openbaarheid houdt, moet geen voorlichter worden.
    Ik heb lang getwijfeld of ik ook met de dijkgraaf zou gaan praten, maar heb dat uiteindelijk bewust niet gedaan. Hij is immers geen gekozen bestuurder. Ik wilde met alle gekozen bestuurders spreken. De twijfel zat hem erin dat een dijkgraaf natuurlijk wel visie heeft. Maar mijn volgende vaststelling was dat een dijkgraaf zoveel gebonden is aan zijn positie als man ‘boven de partijen’, dat ik niets te verwachten had van zo’n gesprek. Een dijkgraaf kan – net als een burgemeester – nooit zijn eigen mening laten zien.
    De datum van de verkiezingen op de achterflap is al gecorrigeerd voor een volgende druk (in het binnenwerk staat het, zoals je constateert, wel juist).
    Je vaststelling dat ik niet zou weten dat er tot enige jaren geleden bij gemeenten sprake was van monisme, laat ik aan jou. Het is onjuist en geen feit, maar een mening.
    Waterschappen beheren inderdaad (enkele) primaire keringen. Des te vreemder dat sommige van die keringen onderhevig zijn aan een direct democratisch bestuur, terwijl andere primaire dijken het zonder moeten stellen. Het bewijs dat dijken best sterk kunnen zijn of worden zonder die bestuurlijke aansturing.
    Ik vermeld oeverloos de geboortedata van de bestuurders omdat dat in dit verband buitengewoon relevant is. Daar gaat het boek immers deels over. Ik wil er een effect mee bereiken (hetgeen bij jou blijkbaar werkte).
    Maar laat ik ophouden, want anders geef je straks geen zoet meer.

  2. PW schreef:

    Inmiddels heb ik het boek doorgeworsteld en ik moet zeggen dat Jeroen Louis nog bijzonder mild is. Sloridgheden te over, maar wie nog kranten leest is dat wel gewend tegenwoordig… Mijn grootste bezwaar tegen het boek is dat het oersaai is.
    Het lijkt op een haastig in elkaar geflanst boekje. Dersjant trapt even lekker wat na en zijn conclusies zijn gekleurd door zijn ervaring. Zijn boek is daardoor totaal niet objectief. Het is ook wel duidelijk waar en bij wie zijn voorkeuren liggen. Een verzameling anekdotes zonder diepgang, laat staan algemene gelding.
    Hetzelfde idee, maar dan wel professioneel uitgevoerd is De Mystery Burger. Je leest daarin trouwens dat de gemeenteraden in het land echt niet zo veel anders zijn dan die van de waterschappen. De gemeenteraad ook maar opheffen dus? Kan toch prima door een bestuur van deskundigen gebeuren? Of de provincies?
    De verdediging van Dersjant is trouwens curieus: burgemeesters zijn niet interessant want ze mogen hun mening niet naar buiten brengen. Hoe verzin je het?

    • Jeroen schreef:

      PW, ik kan me voorstellen wat je zegt, maar zo negatief ben ik niet over Oud bestuur, ondanks mijn kritische kanttekeningen. Voor mensen uit de wereld van het lokaal bestuur, maar ook voor buitenstaanders, biedt het boek een leuk inkijkje. Ik moest af en toe grinniken bij sommige anekdotes, die heel herkenbaar zijn.

      Volgens mij is ook Theo Dersjant op zichzelf ook helemaal niet tegen de waterschappen. Hij zet wel vraagtekens bij de noodzaak van een gekozen bestuur, maar met een goede onderbouwing. Ik kom daar binnenkort graag op terug.

      Het boek De mystery burger ga ik trouwens ook op deze site bespreken. Maar eerst nog het vervolg op mijn stukje over Oud bestuur.

  3. Pingback: Omarm de kritische pers! | Openbaar bestuur en strategie

  4. Pingback: Recensie van ‘Niet bang voor water?’ | Openbaar bestuur en strategie

  5. Pingback: Recensie op Openbaar Bestuur en Strategie – Niet bang voor water

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *