Oud bestuur – deel 2: de ingenieurs zijn wel modern

Mijn vorige stukje, met een bespreking van de missers in Oud bestuur, het boek van Theo Dersjant over zijn tijd als ongenode gast bij het waterschap Rivierenland, wordt bijzonder goed bezocht. Leuk dat er reacties zijn, ook van de schrijver.

Door mijn kritiek is bij sommigen de indruk ontstaan dat ik het een waardeloos boek vind. Dat is overdreven. Meer aandacht voor de waterschappen en het belangrijke werk dat zij achter de schermen doen is alleen maar goed. Het is eigenlijk een wonder dat wij hier in Nederland veilig zijn en schoon water hebben in een gebied deels onder de zeespiegel, waar alle rivieren uitmonden, met alle viezigheid die er stroomopwaarts soms in terechtkomt. De gemiddelde Nederlander is zich hiervan niet of nauwelijks bewust, zoals onlangs werd geconstateerd door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), die met een internationale delegatie van deskundigen een jaar lang het Nederlandse waterbeheer bestudeerde.

Aandacht voor waterbeheer is dus een goede zaak en opbouwende kritiek is altijd welkom. Wat wel een beetje jammer is, dat er uit het boek een beeld ontstaat van een zeer gedateerde, stoffige organisatie. Ook in de publiciteit rond het boek wordt dit herhaald; het is de boodschap die ook mensen die het boek niet lezen meekrijgen. In een vraaggesprek met NRC Handelsblad noemt Dersjant het waterschap een beetje een achterlijke organisatie: ‘Het is alsof je in de jaren zestig van de vorige eeuw belandt.’ Hij doet net of waterschappen louter uit oude, grijze mannen bestaan.

De kop boven het artikel in de NRC is goed: De ingenieurs zijn wel modern. Uit de mond van Dersjant wordt ook opgetekend dat de medewerkers innovatief zijn. En zo is het ook. Het zou jammer zijn als bij buitenstaanders het beeld blijft hangen van een gedateerde club. Vooral omdat het zo volkomen onterecht is.

Ten eerste is het waterschap Rivierenland gevestigd in een uitermate modern gebouw in Tiel, daar is niks stoffigs of versletens aan. Ten tweede is het een organisatie vol enthousiaste, deskundige mensen, net als bij de andere waterschappen in Nederland. Het boek van Dersjant gaat ook helemaal niet over de organisatie, of het werk dat Rivierenland doet. Het boek gaat, zoals de titel al doet vermoeden, over het bestuur. Dat de gemiddelde leeftijd in de algemeen besturen van waterschappen relatief hoog is, daar is niets op af te dingen. Feiten zijn feiten. Al zou ik dagelijks bestuurder Hennie Roorda van Rivierenland toch niet direct kenschetsen als een oude, grijze man, maar dit terzijde.

Het waterschap Rivierenland is een van de waterschappen die door de OESO worden geprezen voor hun deskundige waterbeheer: innovatief en voor lage kosten. Dagelijks wordt er samen met ingenieursbureaus nagedacht hoe het nog effectiever kan, tegen lagere kosten. Vandaag nog stond er een artikel in Binnenlands Bestuur over drie verschillende innovatieve vormen van dijkversterking.

Graphic: Ymke Pas

Graphic: Ymke Pas

Volgende week ga ik in op de vraag waarom waterschappen een gekozen bestuur nodig hebben.

 

Dit bericht is geplaatst in waterschappen met de tags , , . Bookmark de permalink.

1 Reactie op Oud bestuur – deel 2: de ingenieurs zijn wel modern

  1. Wim Zwanenburg schreef:

    Beste Jeroen, kun je mij zeggen waar ik het artikel kan vinden aar je in gaat op de vraag waarom waterschappen een gekozen bestuur nodig hebben.

    Met vriendelijke groeten,
    Wim Zwanenburg
    Lijsttrekker CDA voor de verkiezingen voor het bestuur van waterschap Amstel, Gooi en Vecht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *