Wat als het water komt?

De wereld van de waterstaat heeft de laatste tijd niet te klagen over aandacht in de media. Voor een deel is dat de verdienste van minister Schultz, die in haar beleid én in de begroting een prominente plaats inruimde voor het water. Maar ook de waterschappen en natuurlijk de deltacommissaris, Wim Kuijken, dragen hun steentje bij.

water010

In Vrij Nederland verscheen onlangs een fraai artikel, met mooie illustraties. (Ik noem het nog maar even een artikel, maar tegenwoordig schijnt zoiets een ‘longread’ te heten.)

De afgelopen jaren heeft Kuijken gepraat als Brugman om waterschappen, ministeries, burgemeesters, bezorgde burgers, waterbouwers en natuurorganisaties bij elkaar te brengen. Voorheen was de waterveiligheid tamelijk centralistisch georganiseerd. Als er een dijk langs de rivieren moest worden verzwaard, werden er zonder pardon honderden huizen onteigend.

Het bovenstaande citaat bevreemdt me wel een beetje, en dan bedoel ik de laatste volzin ervan. Naar mijn idee staan alle oude dijkhuisjes in het westen nog fier overeind en wordt er juist enorm veel geïnvesteerd om ze met technisch kunst- en vliegwerk  te sparen als de dijk wordt versterkt. Zo kost een dijkversterking op een traject met veel lintbebouwing ruim 20 miljoen euro per strekkende kilometer. In tijden van hoogconjunctuur werden deze enorme bedragen zonder veel discussie betaald vanuit het hoogwaterbeschermingsprogramma, waarbij het project werd uitgevoerd onder regie van het waterschap, met geld van het Rijk.

Voor nieuwe dijkversterkingsprojecten moeten de mensen in het gebied via de waterschapsbelasting zelf een deel van de kosten dragen. De kosten worden dus niet meer voor honderd procent vergoed door de schatkist. Daarom vermoed ik dat het alternatief om dijkhuisjes af te breken juist weer in beeld zal komen. In de meeste gevallen zal dat vele malen goedkoper zijn dan de huisjes te sparen en te werken met complexe dam- en diepwanden.

Wat natuurlijk wél klopt is dat onteigeningen niet ‘zonder pardon’ en op grote schaal zullen plaatsvinden. De waterschappen zullen de alternatieven bespreken met de omgeving en de andere betrokkenen. Ook voor een eigenaar van een dijkwoning kan een verhuizing soms al met al een beter alternatief zijn, zeker als je bedenkt dat de dure, technische oplevering vaak jaren kost en het huis al die tijd nauwelijks bereikbaar is, met alle overlast die erbij hoort.

De toekomst is maatwerk, na overleg met de omgeving. Maar meer dan voorheen zullen daarbij, naast het algemeen belang van de waterveiligheid, ook de totale kosten worden meegewogen. Het zou me niet verbazen als er na een brede discussie vaker huizen zullen worden opgekocht (eventueel onder dwang) en afgebroken om daarna om een relatief eenvoudige en goedkope manier de dijk te versterken met klei.

 

 

Dit bericht is geplaatst in overheid, waterschappen met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *