Omarm de kritische pers!

persIn zijn boek Oud bestuur beschrijft Theo Dersjant op humoristische wijze hoe hij bij de eerste bestuursvergadering van een waterschap die hij bijwoonde werd aangestaard ‘als was er zojuist een bewoner van de planeet Mars aangeschoven aan de vierkante vergaderopstelling.’ Verder schrijft hij dat de vergadering nog niet eens was begonnen of het ging al over de bezoeker, toen de voorzitter ‘met barse stem’ de woorden sprak:

‘En, dames en heren, dan hebben we vanmiddag ook nog een journalist in ons midden. Misschien kunt u zich even voorstellen…’

Ik wil niet dezelfde ‘fout’ maken als Dersjant en stellen dat dit ene voorval representatief is voor álle waterschappen, maar ik herken het wel en ik vermoed dat het beschreven voorval bij menig waterschap had kunnen plaatsvinden. Er valt op een aantal onderdelen wel iets af te dingen op het boek Oud bestuur, maar de auteur heeft een punt als hij stelt: ‘Waar journalisten steeds minder provinciehuizen en raadszalen van gemeenteraden bezoeken om er het nieuws weg te halen, onttrekt het waterschap zich bijna geheel aan het schootsveld van de pers. En daardoor aan het blikveld van het publiek.’

Waterschappen hebben vaak nog een onwennige relatie met de media.

Als het waterschapsbestel en het democratische waterschapsbestuur weer eens ter discussie worden gesteld, als er klachten zijn, of kritiek op de tarieven van de waterschapsbelasting, is de eerste impuls vanuit het waterschapsbestuur vaak dat we het nog een keer heel goed moeten uitleggen. ‘Be good and tell it!’ roept men wel eens in een soort steenkolenengels. Men gaat er daarbij kennelijk vanuit dat critici uit onwetendheid spreken en dat ze wel bijdraaien als ze het eindelijk snappen.

De afdeling communicatie gaat vervolgens aan de slag om mooie persberichten de wereld in te sturen om de aandacht te vestigen op de oplevering van een werk, het sluiten van een convenant, het lanceren van een innovatie, enzovoorts. En met succes! Ik heb niet de middelen om het te meten, maar mijn gevoel zegt me dat de waterschappen de laatste tijd vaker dan voorheen positief in het nieuws komen. Op landelijk niveau is dat voor een groot deel toe te schrijven aan minister Schultz-Verhaegen, de Deltacommissaris en niet in de laatste plaats aan de tomeloze inzet van de Unie van waterschappen. De positie van waterschappen is daardoor in een paar jaar tijd enorm verbeterd. Ook de communicatiemedewerkers van de waterschappen dragen hieraan bij, zeker op regionaal niveau, met berichten in de lokale edities van kranten en op de regionale zenders.

 Kritiek hoort erbij: Hoge bomen vangen veel wind

Aan de hernieuwde aandacht voor het waterbeheer in Nederland zitten ook andere kanten. Als de waterschappen stilletjes en onzichtbaar hun werk doen, zal het aantal kritische artikelen in de media beperkt blijven, maar als je in de schijnwerpers wilt staan, kun je verwachten dat je kritisch wordt benaderd. Naast ‘onbekend maakt onbemind’ geldt ook: ‘hoge bomen vangen veel wind.’ Journalisten zijn er niet voor om als een doorgeefluik alleen de mooie persberichten af te drukken. Ze zijn ook kritisch en op zoek naar fouten. Dus komen er ook af en toe berichten die een bestuur liever niet zou zien, berichten die voor ophef kunnen zorgen.

Is dit erg? Nee, het hoort er gewoon bij. Het is óf het een, óf het ander. Veel deskundigen op het gebied van ‘public relations’ stellen trouwens dat slechte publiciteit niet bestaat. ‘[…] there is only one thing in the world worse than being talked about, and that is not being talked about,’ schreef Oscar Wilde. Zolang je maar in het nieuws bent, zit het goed. Tot op zekere hoogte is dat waar, al moeten de negatieve berichten natuurlijk niet gaan overheersen. Er is wel degelijk zoiets als ‘bad publicity’, maar de negatieve aandacht hoeft niet het eindpunt te zijn. Het kan juist een unieke kans vormen om er goed op te reageren, mensen aan het denken te zetten en er uiteindelijk sterker uit te komen.

Een kritische pers als waakhond van de democratie

Er is een fundamentelere kwestie: waterschapsbestuurders die pleiten voor het behoud van het democratisch gekozen bestuur mogen niet vergeten dat de journalistiek een onmisbare functie in elke democratie vervult. Thomas Jefferson, een van de Founding Fathers van de Verenigde Staten, schreef dat hij liever een wereld mét kranten en zonder overheid zag, dan een overheid zonder kranten. De pers functioneert als een waakhond. Niet voor niets krijgen journalisten bijzondere bescherming wanneer zij volgens hun beroepsregels te goeder trouw handelen in het belang van informatievoorziening en het openbare debat in de democratie.

De verkiezingstijd komt eraan en de waterschapsbesturenhopen op een goede opkomst. Kiezers komen alleen opdagen als ze weten waar het over gaat, zich betrokken voelen en het idee hebben dat er iets te kiezen valt. De waterschappen kunnen een poging doen om vanuit communicatie en voorlichting de opkomst te bevorderen, maar dat kan alleen namens álle partijen, dus op neutrale toon. Bij een democratie hoort een openbaar debat. Meer debat zorgt voor meer politieke betrokkenheid bij de inwoners en die is onmisbaar als je wilt dat mensen komen stemmen. Bestuurders hoeven er niet bang voor te zijn dat de vergaderingen afglijden tot het niveau van bedenkelijke ‘politieke spelletjes’ en gekissebis. Daar zijn ze immers zelf bij?

Verwelkom ongenode gasten

Zonder berichten in de media kunnen kiezers zich nauwelijks op de hoogte stellen van de standpunten van partijen in het waterschapsbestuur. Ze zouden uit zichzelf naar de website van hun waterschap kunnen gaan en de notulen opzoeken, maar dat is erg veel gevraagd. Waterschapsbesturen hebben er dus alle belang bij dat er in de vergaderzaal een perstribune wordt ingericht en dat elke journalist, ook een ongenode gast, zich welkom voelt en alle informatie krijgt die zij of hij nodig heeft. Verder kunnen de partijen zelfstandig hun standpunten kenbaar maken aan de media, en niet uitsluitend in de verkiezingstijd.

Geef openheid van zaken en laat de pers de lezers, kijkers en luisteraars informeren; niet alleen met het goede nieuws, maar ook met opinies, achtergronden en onderzoeken. Koester een kritisch debat; een zelfverzekerde overheid kan best tegen een stootje. Benader journalisten niet alleen als een doorgeefluik voor ronkende persberichten en schiet niet te snel in de verdediging bij kritische geluiden. Het zou eerder een grote reden tot zorg moeten zijn als er geen kritische boeken, artikelen en reportages zouden worden gemaakt over de waterschappen.

Een volgende fase in de verhouding met de media

De eerste stap, om te zelf te vertellen over de vele goede werken van de waterschappen was goed en succesvol. Waterschappen zijn zich bewust van de door de OESO geconstateerde ‘awareness gap’ en werken er met succes aan om de kloof kleiner te maken. De volgende stap moet volgens mij zijn dat waterschappen en hun bestuurders niet bang zijn om een deel van de controle los te laten. Het gaat niet alleen om ‘zenden’, maar om interactie en het tot stand brengen en onderhouden van een dialoog. De pers is daarbij een soms lastige, maar onmisbare bondgenoot.

Dit artikel werd eerder geplaatst in het tijdschrift Water Governance, 04/2014
Dit bericht is geplaatst in waterschappen, waterschapsbestel, waterschapsverkiezingen met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *